Voor de industriële revolutie was handwerk de basis van de economie. Smeden, wevers, timmerlieden, bakkers en pottenbakkers — elk ambacht had zijn eigen gilde, zijn eigen tradities en zijn eigen geheimen. De steden van de Lage Landen werden groot dankzij deze vakmensen.
Van de Vlaamse lakenwevers tot de Zaanse scheepstimmerlieden, van de Delfts blauwe pottenbakkers tot de Luikse wapensmeden — vakmanschap was identiteit. Veel van deze tradities leven voort, soms in musea, soms nog altijd in werkende ateliers.
Hoe ambachtslieden zich organiseerden en hun vak beschermden.
Van wol tot klaar doek — de grootste industrie van de middeleeuwen.
De Zaanse scheepswerven en de bouw van de VOC-vloot.
De kunst van de pottenbakker in Nederland en België.
Luik als Europees centrum van de wapenindustrie.
Artikelen worden geladen…